Onderwerp: Onderwijs, Bedrijven
Categorie: Building

Tags: Albeda College, Hogeschool Rotterdam, Bouwkunde, Drijvend bouwen, Civiele Techniek, Ruimtelijke Ordening en Planologie

 

Werken aan drijvende duurzaamheid

8 december 2009

De Rotterdamse Rijnhaven wordt in mei 2010 opgeluisterd met een opvallend nieuw icoon: een drijvend paviljoen. Het innovatieve bouwwerk is duurzaam, klimaatbestendig en een voorbode van wat Rotterdam de komende jaren op het water wil ontwikkelen. Studenten van Hogeschool Rotterdam zijn betrokken bij de bouw van het paviljoen.

Het paviljoen wordt het eerste resultaat van de Rotterdamse ambitie om een drijvende stad te realiseren waarin zo'n 10.000 mensen kunnen wonen. Dat klinkt misschien als toekomstmuziek maar voor sommige studenten behoort het tot de orde van de dag. Studenten Civiele Techniek, Ruimtelijke Ordening en Planologie en Bouwkunde dragen hun steentje bij aan de ontwikkeling en bouw van het drijvende paviljoen.

Futuristisch
Het innovatieve gebouw bestaat uit drie aan elkaar geschakelde doorzichtige bollen, waarvan de grootste een diameter heeft van 24 meter en een hoogte van 12 meter. Het totale vloeroppervlak is 46 bij 24 meter, zo'n vier tennisvelden groot. Voor het paviljoen komt een plein van 24 bij 24 meter te liggen. Het geheel zal boven water worden gehouden met een flinke hoeveelheid EPS, beter bekend als piepschuim. Via twee loopbruggen zal het paviljoen met de kade worden verbonden.

Als locatie is de Rijnhaven gekozen, zeer geschikt vanwege de beperkte golfslag. Bovendien is de Rijnhaven goed bereikbaar, ook over het water. Maar dit zal niet de enige en laatste rustplaats van het paviljoen zijn. Na vijf jaar zal het verscheept worden en elders in Rotterdam worden ingezet. In het paviljoen zal de stad zijn ambities op het gebied van klimaat-, delta- en watertechnologie tentoonstellen. In deze futuristische entourage gaat Rotterdam zijn plannen voor drijvende stadswijken demonstreren.

Leerproces
Bij het project zijn twee studenten Civiele Techniek en twee studenten Ruimtelijke Ordening en Planologie van Hogeschool Rotterdam betrokken. Bovendien helpen twee mbo-studenten Bouwkunde namens Albeda College mee.

Onder begeleiding van docent Leo van Gelder vertellen de studenten elkaar eens in de twee weken hoe het er voor staat met hun projectdeel. Civiele Techniekstudenten Maarten Koekoek (24, TU Delft) en Gert-Jan Verbeek (19) denken na over het nautische deel en hoe het paviljoen kan blijven drijven en met de kade verbonden kan worden. Maarten werkt aan de connecties tussen de verschillende drijvende delen. "Ik bekijk welk soort verbindingen het beste gebruikt kunnen worden. Er moet worden vastgesteld welke bewegingen we toelaten en wat dat betekent voor de koppelpunten en de krachten daarop." Gert-Jan richt zich op de bruggen. Gert-Jan: "Het is nog de vraag welk materiaal we voor de korte brug gaan gebruiken. Kunststof is veel duurder, maar natuurlijk lichter en in het onderhoud bovendien goedkoper dan een stalen constructie."

Als het om de inrichting van de kade en het drijvende plein gaat, hebben Othman Oufkir (20) en Müberra Öztürk (20), studenten Ruimtelijke Ordening en Planologie, de vrije hand gekregen. "We hoeven geen rekening te houden met een budget en mogen onze fantasie de vrije loop laten. Zo vormen we samen een inspiratiebron voor het architectenbureau. Erg leuk maar vooral heel leerzaam", aldus Müberra. Sanne van Leeuwen (20) en Wesley de Bruijn (18) zetten hun bouwkundige kennis in bij de uitvoering van de werkzaamheden. Wesley: "De voorbereidingen voor de bouw zijn in volle gang. Het piepschuim voor het drijflichaam wordt nu gecoat", vertelt Wesley. "Niet alles verloopt volgens plan, maar dat is juist het mooie aan dit innovatieve project. Je leert er veel van", vult Sanne aan.

Duurzaamheid
Doordat het paviljoen op het water drijft, stijgt het automatisch mee met de waterspiegel. Een goed voorbeeld van klimaatbestendig bouwen waar Rotterdam zich voor inzet. Naast de flexibiliteit zit de duurzaamheid van het paviljoen hem in de energiehuishouding en de gebruikte materialen. Het gebouw wordt verwarmd en gekoeld met zonne-energie en oppervlaktewater. Ook heeft het verschillende klimaatzones, met als voordeel dat alleen energie wordt gebruikt waar het nodig is. Daarnaast worden Phase Change Materials (PCM's) ingezet. Hiermee kan thermische energie worden opgeslagen als een ruimte niet wordt gebruikt. Er is goed nagedacht over de materialen. Zo bestaan de luchtkussens waarmee de koepels bekleed worden uit EFTE-folie. Dit materiaal is 100 keer lichter dan glas en dus zeer geschikt voor het drijvende complex. Bovendien  bevat de constructie een vegetatiewand. De planten op deze muur werken niet alleen vochtregulerend en geluiddempend, maar verbeteren ook de luchtkwaliteit. Nog een foefje: het paviljoen zuivert zelf zijn toiletwater.

Waterstad
Rotterdam staat bekend als ‘waterkennisstad' en is voorloper op het gebied van klimaatadaptatie. De havenstad heeft grootse plannen voor het bouwen van drijvende stadswijken. De komende decennia zullen 1600 hectare ingezet worden voor nieuwe woon-werk-recreatiegebieden in de Rotterdamse Stadshavens.

Het paviljoen is het eerste resultaat van ‘Rotterdam Climate Proof'. Het project richt zich op klimaatbestendig bouwen in buitendijkse gebieden en is onderdeel van het Rotterdam Climate Initiative. De doelstellingen van dit ambitieuze programma zijn 50% minder CO2 in 2025 en een goede voorbereiding op klimaatverandering. Het paviljoen gaat de mogelijkheden van deze vernieuwingen demonstreren.

Tekst: Emma van Laar
Foto's: Ronald Karssies

Meer nieuws over dit onderwerp

terugTerug



Twitter


Nieuwsbrief